Afschaffing van het onderscheid tussen burgerlijke en handelsvennootschappen

Het nieuw Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (‘WVV’) schaft normalerwijze het onderscheid tussen burgerlijke en handelsvennootschappen af. Dit gebeurt in navolging van de invoering van het nieuwe begrip “onderneming” in het Wetboek van economisch recht en bijgevolg de opheffing van de begrippen “daden van koophandel” en “handelaar”. Deze wijziging leidt ertoe dat alle vennootschappen, vrije beroepers, landbouwers, vzw’s en stichtingen worden beschouwd als ‘ondernemingen’ in de zin van het Wetboek van economisch recht. Het belang daarvan schuilt in het feit dat deze ‘ondernemingen’ aan het ondernemingsrecht en in het bijzonder aan het insolventierecht worden onderworpen. Concreet betekent dit dat onder het WVV ook vzw’s en vrije beroepen failliet verklaard kunnen worden. 

Volgens het wetsontwerp tot invoering van het WVV, ingediend op 4 juni 2018 in de Kamer, zou de wet in werking treden op 1 januari 2019. Dit impliceert dat de statuten van vennootschappen, verenigingen of stichtingen die vanaf die datum worden opgericht in overeenstemming dienen te zijn met de bepalingen van het WVV. Voor reeds bestaande vennootschappen, verenigingen of stichtingen geldt een overgangsregeling. Echter, uiterlijk tegen 1 januari 2024 moeten deze vennootschappen, verenigingen of stichtingen hun statuten aan de bepalingen van het WVV hebben aangepast. De sanctie is de bestuurdersaansprakelijkheid. Ingevolge opmerkingen door de Raad van State zullen echter vermoedelijk nog aanpassingen worden doorgevoerd en zal ook de inwerktreding verlaat worden.

Steven Boeynaems

steven@dilaw.be