Vrij verkeer van ondernemingen dankzij statutaire zetelleer en grensoverschrijdende zetelverplaatsing

In navolging van landen zoals Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland, evenals de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, verlaat België in het nieuw Wetboek Vennootschappen en Verenigingen (‘WVV’) de werkelijke zetelleer ten voordele van de statutaire zetelleer of de incorporatieleer. Dit impliceert dat onder het WVV ondernemingen voortaan onderworpen zijn aan het recht van het land waar de onderneming werd opgericht, ongeacht de plaats van het operationele en/of uitvoerend centrum van de vennootschap.

In het verlengde van de overstap naar de incorporatieleer, voorziet het WVV eveneens in een procedure voor grensoverschrijdende zetelverplaatsing. Bijgevolg wordt het vrij verkeer van ondernemingen een feit: nationale vennootschappen kunnen niet alleen vlotter hun maatschappelijke zetel verplaatsen naar een ander land en zo het recht van dat land aannemen, ook buitenlandse vennootschappen kunnen eenvoudiger een Belgische rechtsvorm aannemen. Deze procedure is vrij eenvoudig en voorziet tevens in beschermingsmaatregelen voor de schuldeisers en aandeelhouders van de vennootschap.

Volgens het wetsontwerp tot invoering van het WVV, ingediend op 4 juni 2018 in de Kamer, treedt de wet in werking op 1 januari 2019. Dit impliceert dat de statuten van vennootschappen, verenigingen of stichtingen die vanaf die datum worden opgericht in overeenstemming dienen te zijn met de bepalingen van het WVV. Voor reeds bestaande vennootschappen, verenigingen of stichtingen geldt een overgangsregeling. Echter, uiterlijk tegen 1 januari 2024 moeten deze vennootschappen, verenigingen of stichtingen hun statuten aan de bepalingen van het WVV hebben aangepast. De sanctie is de bestuurdersaansprakelijkheid.

Steven Boeynaems en Aurélie Hendrickx

steven@dilaw.be